donderdag 12 oktober 2017

Fietsen


Vorige week zat ik twee dagen achter elkaar op de fiets. De eerste keer op de racefiets. Een zonnige dag, weinig wind, kortom lekker weer.  Ik hoef geen motivatie te hebben om op de bike te springen. Zelfs nu ik 70+ ben is een tochtje met de racefiets nog altijd puur rijplezier. Ik rij nu wel anders. Vroeger was het gebogen over het stuur, de blik op oneindig en rammen maar. Ik moest en zou mijn gemiddelde halen, dat is er nu wel vanaf. Ik rij nog wel goed door maar kijk wat meer om me heen en geniet van het landschap. Nu en dan maak ik zelfs een foto. Met de hoog kwalitatieve telefooncamera levert dat ook nog leuke plaatjes op. Ik fietste laatst, terug uit België, over de Cannerweg  en keek uit over het weidse landschap. Ik kijk op tentoonstellingen graag naar landschappen, maar hier kan geen schilderij tegenop.  De blik op de omgeving is fenomenaal.
De tweede dag op een rijwiel was heel anders. Ik begeleidde een groep toeristen die een tochtje in en om Maastricht maakten. Dan stop je nog vaker, wijst naar interessante gebouwen en straten, legt uit en vertelt. Toch blijft ook hier het fietsen belangrijk. Je bent nu eenmaal sneller en kan in anderhalf uur, de duur van de tocht, veel meer laten zien dan te voet. Het is wel trappen, stoppen, kijken, wijzen en praten. De meeste culturele en geschiedkundige plekken van Maastricht komen aan bod.  Maar toch: als het even kan fiets ik ook met zo’n groep even buiten Maastricht en pak dan toch een stukje Jekerdal mee. En ieder keer hoor ik weer hetzelfde: “Wat is dit een mooi stukje natuur”. Als ik zo’n tochtje achter de rug heb, prijs ik me gelukkig hier te wonen.

maandag 18 september 2017

Schaamte


Schaamte
Ondanks het idiote genderneutraal taalgebruik van de NS neem ik regelmatig de trein. Vaak is dat een genoegen maar soms niet. Ik stapte laatst in een wagon die gedeeld werd door een 1e en 2e klasse. Ik vond er nog een goed plekje op een tweepersoons bankje. Even later kwam met veel gestommel en kabaal een drietal vanuit de 1e klasse naar de coupé waar ik zat. Een oudere dame, een jongere en een kind. Ze ploften amechtig neer op de twee bankjes tegenover elkaar.  Oma, dochter en zoontje, zo bleek uit de conversatie, hadden veel spullen bij zich, waaronder een rollator. Ze vonden klaarblijkelijk dat ze niet genoeg plek hadden en vroegen een dame, die er  al zat, op de bank ernaast te gaan zitten, op zich al een brutaliteit. Het was geen leuke ervaring met die kleine familie samen in één ruimte te zijn. Ze voerden hun gesprekken, in Maastrichts dialect, met een stemvolume dat de hele coupé kon meegenieten van ieder gesproken woord.  Vooral ‘’oma’’ liet zich daarbij niet onbetuigd. De vertrektijd was schijnbaar wat vroeg geweest voor het ontbijt, want dat werd direct na vertrek geconsumeerd. Ook van het smakkend eten konden alle medereizigers meegenieten. Toen was het tijd voor de recreatie van het kind. Hij kreeg een autootje om mee te spelen. Op zich niet verkeerd maar het kind schreeuwde daarbij als een gekeeld biggetje. Moeder en oma vonden dat geen enkel probleem en maanden niet tot stilte maar moedigden het kabaal eerder aan. Ik slaakte een zucht van verlichting toen ‘’oma’’ een boek tevoorschijn haalde en hoopte dat daardoor het gekwek zou ophouden. IJdele hoop, ze kwam nooit verder dan de eerste bladzijde, de woordenstroom bleek niet te stoppen. Uit de reacties in de wagon bleek dat iedereen er last van had. Toch moest het ergste nog komen. Na een stop bij een station kwam er een dame de inmiddels overvolle coupé binnen. Ze keek bij de bankjes van het drietal naar een rugzak en vroeg of zo daar kon zitten. Ze kreeg een botte weigering:  “Ga maar verder, hier is geen plaats daar wel”’, wees oma met een handbeweging achter haar. ‘’Maar dat is 1e  klas”, protesteerde de dame. Pas na commentaar van mij en andere reizigers werd de rugzak opzij gezet en de plaats vrijgemaakt. Ik had last van plaatsvervangende schaamde over zo’n asociaal gedrag van mijn stadgenoten.
Nog wat later stopte de trein bij een station waar ik moest overstappen. In de andere trein  werd ik welkom geheten met een Dames en Heren, dus het genderneutraal valt nogal mee. Bij toeval kwam ik terecht in een stilte-coupé, ik vond het heerlijk !!

Frans Heckers

zaterdag 16 augustus 2014

Feest


Als we in de zomer in de Ardennen zijn is de derde week van juli onze favoriet. De 21ste is de Nationale feestdag van België die we traditioneel in Malmedy doorbrengen. Een enorme rij van antiekhandelaren, standwerkers en rommelmarkt-verkopers slingert zich door de smalle straten van het levendige centrum. Druk maar leuk en gezellig. Op de markt is een gevarieerd optreden van bands en muziekgroepen. De omliggende terrassen zitten stampvol en drank vloeit rijkelijk. Traditioneel wel een dag met regen.

De 25ste is er feest in Mont St.-Jacques, een dorp bovenaan een helling vanuit Trois Ponts. Het feest is hier veel kleinschaliger maar heeft zijn eigen tradities en waardes. Het wordt georganiseerd door de plaatselijke fanfare die aan het begin van het dorp een enorme feesttent opzet. Ook hier handelaren en standwerkers langs de enige weg die het dorp telt. Toch zijn het meer lokale producten en waren die worden aangeboden. Ook de particuliere verkoop is dorps en simpel van opzet. We belandden altijd eerst bij café Bodson. Het is tevens een manege en heeft daardoor de vormgeving van een ranch. Alleen is die ‘’look’’ sinds de jaren zestig niet meer veranderd. Daarna is het tijd voor de feesttent. De vereniging houdt de prijzen laag en de omzet hoog. De muziek wordt verzorgd door de ‘’Musette de Lienne’’ een accordeonspeelster met begeleiding. Ze speelt alle soorten muziek in één tempo en lokt daarmee toch heel wat mensen op de dansvloer. Ieder jaar zeggen we opnieuw. ‘’Daar is hij weer’’.  Die ‘’hij’’ is overduidelijk een boer uit de omgeving die op de 25ste een kostuum draagt en alle vrouwen van het dorp één voor één naar de dansvloer voert. Het probleem is dat hij danst met bewegingen alsof hij de ploeg achter de tractor koppelt en met forse stappen over de dansvloer gaat en de dames meesleurt. De meesten kunnen zijn tempo en ritme niet bijhouden en haken na één dans af. Hij laat zich daar niet door ontmoedigen en vindt steeds weer nieuwe partners. Na een paar uurtjes feesttent vertrekken we. De ‘’danseur’’ komt net weer de dansvloer op met een nieuw slachtoffer. Het is een variatie op een spreekwoord: En de boer, hij danste voort.

 


 

donderdag 7 augustus 2014

Cols


De Tour de France is weer verreden. Het vroeg uitvallen van de favorieten Froome en Contador maakte de weg vrij voor de Italiaan Vicenzo Nibali, die nog weinig tegenstand ontmoette en als winnaar in Parijs arriveerde. Het bleef voor duizenden toeschouwers toch het grootste wielerspektakel van het jaar. Vooral de vele cols in de ronde spreken voor duizenden toeschouwers tot de verbeelding. De tourhelden worden dan geroemd voor hun geweldige prestatie op de vele zware hellingen.

Toch is het bedwingen van cols ook weggelegd voor mindere goden. Ik sprak met de pure recreatierijder John Schut (65) lid van wielerclub, en gelijknamig café,  het Pötterke uit Maastricht. Tot nu toe heeft hij 220 cols op zijn naam staan die hij bedwongen heeft. Beklimmingen in Frankrijk, Italië, Spanje en Oostenrijk. Veel van die bergreuzen heeft hij meerdere keren beklommen, in totaal zijn het 140 verschillende cols die zijn erelijst sieren.

John is een sporter pur sang, bij begon met wielrennen in 1985, met vrienden op de camping. Daarnaast voetbalde hij al jarenlang en bleef die twee disciplines ook jarenlang naast elkaar trouw. Vanaf 1985 reed hij al diverse malen Luik-Bastogne-Luik, de Amstel Gold Race en diverse buitenlandse klassiekers, maar nadat hij in 1995 de eerste keer de Alpe d’Huez had beklommen kreeg het wielrennen de overhand. John: ‘’Ik ga ook niet zomaar een lijstje met cols af maar ik rij tochten waarin steeds enkele cols tegelijk zijn opgenomen, zo kom ik op 10 tot 12 cols per jaar’’. In Frankrijk reed hij bijvoorbeeld 4x La Marmotte, dat zijn  de Col du Glandon, Col du Telegraphe, Col du Galibier en de Alpe d’Huez. Deze tocht gaat met tijdwaarneming. Ik laat hem een lijst van Franse cols zien en John lacht.  ‘’Ik heb die allemaal gereden, in de Vogezen, Jura, Alpen en de Pyreneeën. En natuurlijk ook de Mont Ventoux in de Provence.’’ Hij vervolgt: ‘’In Oostenrijk heb ik de Oetztaler Radmarathon gereden  en die is  met zijn 5500 hm en 238 km zwaarder als La Marmotte. De slotklim de Timmelsjoch is  29 km lang.  Ook reed hij de Trois Ballons in de Vogezen , de Pantani in  les Deux Alpes alsmede  de Dolomieten-maraton. Die rit bevat de beklimmingen de Passo Campolongo (1875m), de Passo Pordoi (2249m), de Passo Sella (1848m), de Passo di Giau (2236m) en de Passo Gardena (2121m)’’. Ik vraag “En de Stelvio dan?” John lacht weer: ‘’Ook die staat op mijn lijstje en ook  de Gavia ’’. Hij gaat verder: ‘’Vanuit Spanje  heb ik de Col d’Envalira beklommen, dan kom je uit in Andorra’’.

Het zijn indrukwekkende prestaties voor een toerfietser. Ik vraag John of hij ook geniet van de omgeving om zich heen. John: ‘’Neem als voorbeeld in de Alpen met de beklimmingen van de Télégraphe en de Galibier, dan zie je ieder soort landschap, bos, vergezichten maar ook de steenwoestenij boven de boomgrens’’. Hij vervolgt: ‘’Maar ook als je op de Ventoux langs het monument rijdt van Simpson of van Casertelli op Portet d’Aspet, dat doet je toch wel wat’’. (beide renners bleven dood in de Tour).

De plannen voor dit jaar liggen klaar. John gaat naar het gebied van Aix les Bains en Chambery in de Alpen. ´´Daar zijn nog hellingen, zoals de Mont du Chat met constant percentages boven de 10%, die ik nog niet heb gehad.

Aan stoppen denkt John niet. ´´Zolang ik gezond ben, blijf ik fietsen, leeftijd maakt niet uit´´. Zo te horen haalt hij ook de 300ste col.

 

vrijdag 11 april 2014

Zakkenrollen


In deze serie Ontmoetingen heb ik allerlei mensen beschreven die ik op een of andere manier tegen het lijf liep. Zelden of nooit betrof het mensen die je zeer ongewild ontmoet en er nare gevolgen aan overhoudt, Mijn vrouw gebeurde het wel. Op maandagmorgen liep mijn vrouw, zoals vaak, over Plein 1992 in Maastricht naar de plaatselijke AH. Even later kwam ze met een vol wagentje boodschappen aan bij de rand van het plein. Er zijn daar een aantal trappen waar je wat voorzichtig omlaag moet. Ze was daar net mee bezig toen een goedgeklede jongeman, met een buitenlands accent, haar aanbood te helpen. Ze weerde de hulp af en vroeg de man weg te gaan. Door de lichte consternatie bij het afwijzen van de hulp had ze niet in de gaten dat er twee dames vlak achter haar liepen. Plots liepen de man en de vrouwen snel van haar weg. Mijn echtgenote sloeg ineens de schrik om het hart en realiseerde zich dat ze wellicht met zakkenrollers te maken had. Ze controleerde haar handtas en jawel hoor; de rits van haar tas stond open en haar portemonnee was verdwenen. Ze rende nog in de richting waar het drietal naar toe was gelopen, maar ze vogels waren gevlogen. Ietwat overstuur vertelde ze me later ‘’Ik heb niet gemerkt dat ze aan mijn tas zaten’’. Ze was kwaad op haar zelf maar ik constateerde dat ze met professionele zakkenrollers te maken had die hun ‘’vak’’ tot in het uiterste beheersen. De een leidt af, de ander rolt je tas. Natuurlijk doe je in zo’n geval aangifte, maar de kans dat we van deze diefstal nog iets horen is uiterst klein. Mijn vrouw vond overigens, naast de geldelijke waarde, het verlies van persoonlijke zaken zoals foto’s en andere herinneringen nog het ergst. ‘’En dat ik zo’n truc ben getrapt’’, herhaalde ze steeds. Ik verzekerde haar dat honderden mensen daarin zijn getrapt. Zonder te willen discrimineren is het toch een feit dat we te maken hadden met buitenlandse criminelen.

De dag, een maandag, deed me nog denken aan een oud liedje van de Mamas & de Papas: ‘’Monday, Monday, can’t trust that day, it just turns out dat way.
Het is weer een les: op Europlein 1992 kan je ook ongewild euro’s verliezen!

 

 

donderdag 19 december 2013

Ziekenhuisfile


“Het is maar een kleine ingreep, het stelt niet veel voort en is zo gebeurd”, zei de uroloog. Ik behoor tot de wat oudere mannen met een licht prostaatprobleem waardoor de “fonteinkwaliteit” sterk vermindert en je tot “druppelaar” wordt gedegradeerd. Korte tijd later kreeg ik een oproep van het AZM op me te melden voor de kleine operatie. Ik was om half twee ’s middags aan de beurt en het formulier vermeldde dat tot uiterlijk 6 uur vóór de operatie niets meer mocht eten of drinken. ”Je kunt beter nuchter blijven die dag”, zie mijn eega. Ik was natuurlijk eigenwijs en rekende uit dat ik om half acht nog kun ontbijten. Bij aankomst in het ziekenhuis was de eerste vraag die ze stelden: “Bent U nuchter gebleven?” Op mijn ontkenning werd ik meteen op het operatieschema als laatste ingedeeld. Ik bracht het grootste deel van de dag door op mijn ziekenhuisbed wachtend op transport naar het OK-centrum. Om drie ’s middags was het eindelijk zover. Voor het transport naar het OK worden elektrische trekkarretjes gebruikt. “Ik lig achter op het schema, en we zijn maar met drieën” zei de man die stuurde. De ingreep kreeg ik natuurlijk niet mee maar om vier uur stond ik alweer in de recovery. Je functies worden dan gecontroleerd en ze checken even of je weer echt bij de positieven bent. ‘’Bij u is alles in orde mijnheer’’, zei een verpleger, “Ik zal afdeling A2 bellen dat ze u komen halen”. Drie kwartier later stond ik er nog. Toen ik bij de verpleging informeerde naar het transport, vertelden ze me dat er die dag 80 operaties waren verricht en dat op het eind van de dag de recovery vol staat met patiënten die terug naar de afdeling moeten. Ik stond dus een file van ziekenhuisbedden die allemaal door lange gangen naar de diverse afdelingen terug moeten. Ik heb nooit geweten dat dit mogelijk was maar voor alles bestaat een eerste keer. Twee dagen later mocht ik naar huis, mijn vrouw kwam me halen met de auto en we reden naar huis, er stond géén file.


 

vrijdag 6 december 2013

Tabak


Mijn vrouw werpt een diepe blik in haar pakje shag en merkt op: ’’Het is bijna op, kun jij misschien niet even…..’’ Dus even later loop ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt die bij de kassa ook shag verkoopt. ’’Welk merk?’’, vroeg ik nog. ‘’Pak maar wat, als het maar tabak is’’. Dit soort supermarkt zegt uit te blinken in lage prijzen maar schittert vooral door de afwezigheid van personeel. Dat  blijkt meteen bij de kassa, of ik wil of niet, ik moet aansluiten in een lange rij. Vooral stom omdat ik nog niets in mijn handen heb. De shag ligt in vakken met rolluikjes vlakbij de kassa en daar ben ik nog ver vanaf. Om nog wat beeld tussen de klanten te krijgen leg ik twee blokjes op de band die de ene van de andere klant scheiden. Er ligt alleen niks tussen, de shag komt nog. De rij vordert gestaag. De dakloze die aan de beurt is heeft haast, hij heeft alleen oog voor zijn goedkope six-pack bier. De dame die dan aan de beurt komt heeft alle tijd. Al haar artikelen zijn de scanner al gepasseerd en de jonge kassabediende noemt de totaalprijs. De dame gaat rustig door met inpakken, de kassa wacht af en de rest van de rij ook. Eindelijk heeft ze alles binnen en gaat dan omstandig op zoek naar een passend bedrag in haar beurs: € 14,68. Als ze iets over de dertien Euro moet ze het opgeven. ‘’Ik zal toch maar pinnen’’ zegt ze. De kassajongen drukt op een toets en ik zucht hoorbaar diep, want de dame kijkt me verwijtend aan. Ik voel ondertussen eens aan de shag-rolluikjes en merk dat ze afgesloten zijn.

Nu ben ik aan de beurt: ‘’Kun je die vakjes even openmaken’’, zeg ik tegen de kassaboy. ‘’Zijn die gesloten?’’, vraagt hij overbodig. Hij komt achter de kassa vandaan, haalt een grote bos sleutels uit zijn zak en probeert de eerste, past niet, de tweede dan, past niet, de derde ook niet. Mijn vrees wordt bewaarheid; de allerlaatste sleutel die hij probeert doet de vakjes ontluiken. Ik grijp de shag eruit en plant hem tussen de kassablokjes. Ik heb het benodigde bedrag in mijn hand en betaal. Het halen van een pakje shag heeft me een half uur gekost.

Ik heb er tabak van! Overigens: ikzelf rook niet.

EFHA
Reacties:
f.heckers@kpnmail.nl