Vorige week zat ik twee dagen achter elkaar op de fiets. De
eerste keer op de racefiets. Een zonnige dag, weinig wind, kortom lekker weer. Ik hoef geen motivatie te hebben om op de
bike te springen. Zelfs nu ik 70+ ben is een tochtje met de racefiets nog
altijd puur rijplezier. Ik rij nu wel anders. Vroeger was het gebogen over het
stuur, de blik op oneindig en rammen maar. Ik moest en zou mijn gemiddelde
halen, dat is er nu wel vanaf. Ik rij nog wel goed door maar kijk wat meer om
me heen en geniet van het landschap. Nu en dan maak ik zelfs een foto. Met de
hoog kwalitatieve telefooncamera levert dat ook nog leuke plaatjes op. Ik
fietste laatst, terug uit België, over de Cannerweg en keek uit over het weidse landschap. Ik
kijk op tentoonstellingen graag naar landschappen, maar hier kan geen
schilderij tegenop. De blik op de
omgeving is fenomenaal.
De tweede dag op een rijwiel was heel anders. Ik
begeleidde een groep toeristen die een tochtje in en om Maastricht maakten. Dan
stop je nog vaker, wijst naar interessante gebouwen en straten, legt uit en
vertelt. Toch blijft ook hier het fietsen belangrijk. Je bent nu eenmaal
sneller en kan in anderhalf uur, de duur van de tocht, veel meer laten zien dan
te voet. Het is wel trappen, stoppen, kijken, wijzen en praten. De meeste
culturele en geschiedkundige plekken van Maastricht komen aan bod. Maar toch: als het even kan fiets ik ook met
zo’n groep even buiten Maastricht en pak dan toch een stukje Jekerdal mee. En
ieder keer hoor ik weer hetzelfde: “Wat is dit een mooi stukje natuur”. Als ik
zo’n tochtje achter de rug heb, prijs ik me gelukkig hier te wonen.Ontmoetingen
donderdag 12 oktober 2017
maandag 18 september 2017
Schaamte
Schaamte
Ondanks het idiote genderneutraal taalgebruik van de NS neem
ik regelmatig de trein. Vaak is dat een genoegen maar soms niet. Ik stapte
laatst in een wagon die gedeeld werd door een 1e en 2e
klasse. Ik vond er nog een goed plekje op een tweepersoons bankje. Even later
kwam met veel gestommel en kabaal een drietal vanuit de 1e klasse
naar de coupé waar ik zat. Een oudere dame, een jongere en een kind. Ze ploften
amechtig neer op de twee bankjes tegenover elkaar. Oma, dochter en zoontje, zo bleek uit de
conversatie, hadden veel spullen bij zich, waaronder een rollator. Ze vonden
klaarblijkelijk dat ze niet genoeg plek hadden en vroegen een dame, die er al zat, op de bank ernaast te gaan zitten, op
zich al een brutaliteit. Het was geen leuke ervaring met die kleine familie
samen in één ruimte te zijn. Ze voerden hun gesprekken, in Maastrichts dialect,
met een stemvolume dat de hele coupé kon meegenieten van ieder gesproken woord.
Vooral ‘’oma’’ liet zich daarbij niet
onbetuigd. De vertrektijd was schijnbaar wat vroeg geweest voor het ontbijt,
want dat werd direct na vertrek geconsumeerd. Ook van het smakkend eten konden
alle medereizigers meegenieten. Toen was het tijd voor de recreatie van het kind.
Hij kreeg een autootje om mee te spelen. Op zich niet verkeerd maar het kind
schreeuwde daarbij als een gekeeld biggetje. Moeder en oma vonden dat geen
enkel probleem en maanden niet tot stilte maar moedigden het kabaal eerder aan.
Ik slaakte een zucht van verlichting toen ‘’oma’’ een boek tevoorschijn haalde
en hoopte dat daardoor het gekwek zou ophouden. IJdele hoop, ze kwam nooit
verder dan de eerste bladzijde, de woordenstroom bleek niet te stoppen. Uit de
reacties in de wagon bleek dat iedereen er last van had. Toch moest het ergste
nog komen. Na een stop bij een station kwam er een dame de inmiddels overvolle
coupé binnen. Ze keek bij de bankjes van het drietal naar een rugzak en vroeg
of zo daar kon zitten. Ze kreeg een botte weigering: “Ga maar verder, hier is geen plaats daar
wel”’, wees oma met een handbeweging achter haar. ‘’Maar dat is 1e klas”, protesteerde de dame. Pas na commentaar
van mij en andere reizigers werd de rugzak opzij gezet en de plaats
vrijgemaakt. Ik had last van plaatsvervangende schaamde over zo’n asociaal
gedrag van mijn stadgenoten.Nog wat later stopte de trein bij een station waar ik moest overstappen. In de andere trein werd ik welkom geheten met een Dames en Heren, dus het genderneutraal valt nogal mee. Bij toeval kwam ik terecht in een stilte-coupé, ik vond het heerlijk !!
Frans Heckers
zaterdag 16 augustus 2014
Feest
Als we in de zomer in de Ardennen zijn is de derde
week van juli onze favoriet. De 21ste is de Nationale feestdag van
België die we traditioneel in Malmedy doorbrengen. Een enorme rij van
antiekhandelaren, standwerkers en rommelmarkt-verkopers slingert zich door de
smalle straten van het levendige centrum. Druk maar leuk en gezellig. Op de
markt is een gevarieerd optreden van bands en muziekgroepen. De omliggende
terrassen zitten stampvol en drank vloeit rijkelijk. Traditioneel wel een dag
met regen.
De 25ste is er feest in Mont St.-Jacques,
een dorp bovenaan een helling vanuit Trois Ponts. Het feest is hier veel
kleinschaliger maar heeft zijn eigen tradities en waardes. Het wordt
georganiseerd door de plaatselijke fanfare die aan het begin van het dorp een
enorme feesttent opzet. Ook hier handelaren en standwerkers langs de enige weg
die het dorp telt. Toch zijn het meer lokale producten en waren die worden
aangeboden. Ook de particuliere verkoop is dorps en simpel van opzet. We
belandden altijd eerst bij café Bodson. Het is tevens een manege en heeft
daardoor de vormgeving van een ranch. Alleen is die ‘’look’’ sinds de jaren
zestig niet meer veranderd. Daarna is het tijd voor de feesttent. De vereniging
houdt de prijzen laag en de omzet hoog. De muziek wordt verzorgd door de ‘’Musette
de Lienne’’ een accordeonspeelster met begeleiding. Ze speelt alle soorten
muziek in één tempo en lokt daarmee toch heel wat mensen op de dansvloer. Ieder
jaar zeggen we opnieuw. ‘’Daar is hij weer’’.
Die ‘’hij’’ is overduidelijk een boer uit de omgeving die op de 25ste
een kostuum draagt en alle vrouwen van het dorp één voor één naar de dansvloer
voert. Het probleem is dat hij danst met bewegingen alsof hij de ploeg achter
de tractor koppelt en met forse stappen over de dansvloer gaat en de dames
meesleurt. De meesten kunnen zijn tempo en ritme niet bijhouden en haken na één
dans af. Hij laat zich daar niet door ontmoedigen en vindt steeds weer nieuwe
partners. Na een paar uurtjes feesttent vertrekken we. De ‘’danseur’’ komt net
weer de dansvloer op met een nieuw slachtoffer. Het is een variatie op een
spreekwoord: En de boer, hij danste voort.
donderdag 7 augustus 2014
Cols
De Tour de France is weer verreden. Het vroeg
uitvallen van de favorieten Froome en Contador maakte de weg vrij voor de
Italiaan Vicenzo Nibali, die nog weinig tegenstand ontmoette en als winnaar in
Parijs arriveerde. Het bleef voor duizenden toeschouwers toch het grootste
wielerspektakel van het jaar. Vooral de vele cols in de ronde spreken voor
duizenden toeschouwers tot de verbeelding. De tourhelden worden dan geroemd
voor hun geweldige prestatie op de vele zware hellingen.
Toch is het bedwingen van cols ook weggelegd voor
mindere goden. Ik sprak met de pure recreatierijder John Schut (65) lid van
wielerclub, en gelijknamig café, het
Pötterke uit Maastricht. Tot nu toe heeft hij 220 cols op zijn naam staan die
hij bedwongen heeft. Beklimmingen in Frankrijk, Italië, Spanje en Oostenrijk.
Veel van die bergreuzen heeft hij meerdere keren beklommen, in totaal zijn het
140 verschillende cols die zijn erelijst sieren.
John is een sporter pur sang, bij begon met wielrennen
in 1985, met vrienden op de camping. Daarnaast voetbalde hij al jarenlang en
bleef die twee disciplines ook jarenlang naast elkaar trouw. Vanaf 1985 reed
hij al diverse malen Luik-Bastogne-Luik, de Amstel Gold Race en diverse
buitenlandse klassiekers, maar nadat hij in 1995 de eerste keer de Alpe d’Huez
had beklommen kreeg het wielrennen de overhand. John: ‘’Ik ga ook niet zomaar een
lijstje met cols af maar ik rij tochten waarin steeds enkele cols tegelijk zijn
opgenomen, zo kom ik op 10 tot 12 cols per jaar’’. In Frankrijk reed hij bijvoorbeeld
4x La Marmotte, dat zijn de Col du Glandon, Col du Telegraphe, Col du
Galibier en de Alpe d’Huez. Deze tocht gaat met tijdwaarneming. Ik laat hem een lijst van
Franse cols zien en John lacht. ‘’Ik heb
die allemaal gereden, in de Vogezen, Jura, Alpen en de Pyreneeën. En natuurlijk
ook de Mont Ventoux in de Provence.’’ Hij vervolgt: ‘’In Oostenrijk heb ik de
Oetztaler Radmarathon gereden en die is met zijn 5500 hm en 238 km zwaarder als La
Marmotte. De slotklim de Timmelsjoch is
29 km lang. Ook reed hij de Trois
Ballons in de Vogezen , de Pantani in
les Deux Alpes alsmede de Dolomieten-maraton.
Die rit bevat de beklimmingen de Passo Campolongo (1875m), de Passo Pordoi (2249m),
de Passo Sella (1848m), de Passo di Giau (2236m) en de Passo Gardena (2121m)’’.
Ik vraag “En de Stelvio dan?” John lacht weer: ‘’Ook die staat op mijn lijstje
en ook de Gavia ’’. Hij gaat verder: ‘’Vanuit
Spanje heb ik de Col d’Envalira beklommen,
dan kom je uit in Andorra’’.
Het
zijn indrukwekkende prestaties voor een toerfietser. Ik vraag John of hij ook
geniet van de omgeving om zich heen. John: ‘’Neem als voorbeeld in de Alpen met
de beklimmingen van de Télégraphe en de Galibier, dan zie je ieder soort
landschap, bos, vergezichten maar ook de steenwoestenij boven de boomgrens’’.
Hij vervolgt: ‘’Maar ook als je op de Ventoux langs het monument rijdt van
Simpson of van Casertelli op Portet d’Aspet, dat doet je toch wel wat’’. (beide
renners bleven dood in de Tour).
De
plannen voor dit jaar liggen klaar. John gaat naar het gebied van Aix les Bains
en Chambery in de Alpen. ´´Daar zijn nog hellingen, zoals de Mont du Chat met
constant percentages boven de 10%, die ik nog niet heb gehad.
Aan
stoppen denkt John niet. ´´Zolang ik gezond ben, blijf ik fietsen, leeftijd
maakt niet uit´´. Zo te horen haalt hij ook de 300ste col.
vrijdag 11 april 2014
Zakkenrollen
In deze serie Ontmoetingen heb ik allerlei mensen
beschreven die ik op een of andere manier tegen het lijf liep. Zelden of nooit
betrof het mensen die je zeer ongewild ontmoet en er nare gevolgen aan
overhoudt, Mijn vrouw gebeurde het wel. Op maandagmorgen liep mijn vrouw, zoals
vaak, over Plein 1992 in Maastricht naar de plaatselijke AH. Even later kwam ze
met een vol wagentje boodschappen aan bij de rand van het plein. Er zijn daar
een aantal trappen waar je wat voorzichtig omlaag moet. Ze was daar net mee
bezig toen een goedgeklede jongeman, met een buitenlands accent, haar aanbood
te helpen. Ze weerde de hulp af en vroeg de man weg te gaan. Door de lichte
consternatie bij het afwijzen van de hulp had ze niet in de gaten dat er twee
dames vlak achter haar liepen. Plots liepen de man en de vrouwen snel van haar
weg. Mijn echtgenote sloeg ineens de schrik om het hart en realiseerde zich dat
ze wellicht met zakkenrollers te maken had. Ze controleerde haar handtas en
jawel hoor; de rits van haar tas stond open en haar portemonnee was verdwenen.
Ze rende nog in de richting waar het drietal naar toe was gelopen, maar ze
vogels waren gevlogen. Ietwat overstuur vertelde ze me later ‘’Ik heb niet
gemerkt dat ze aan mijn tas zaten’’. Ze was kwaad op haar zelf maar ik
constateerde dat ze met professionele zakkenrollers te maken had die hun
‘’vak’’ tot in het uiterste beheersen. De een leidt af, de ander rolt je tas.
Natuurlijk doe je in zo’n geval aangifte, maar de kans dat we van deze diefstal
nog iets horen is uiterst klein. Mijn vrouw vond overigens, naast de geldelijke
waarde, het verlies van persoonlijke zaken zoals foto’s en andere herinneringen
nog het ergst. ‘’En dat ik zo’n truc ben getrapt’’, herhaalde ze steeds. Ik
verzekerde haar dat honderden mensen daarin zijn getrapt. Zonder te willen
discrimineren is het toch een feit dat we te maken hadden met buitenlandse
criminelen.
De dag, een maandag, deed me nog denken aan een oud
liedje van de Mamas & de Papas: ‘’Monday, Monday, can’t trust that day, it
just turns out dat way.
Het is weer een les: op Europlein 1992 kan je ook ongewild euro’s verliezen!
Het is weer een les: op Europlein 1992 kan je ook ongewild euro’s verliezen!
donderdag 19 december 2013
Ziekenhuisfile
“Het is maar een kleine ingreep, het stelt niet veel
voort en is zo gebeurd”, zei de uroloog. Ik behoor tot de wat oudere mannen met
een licht prostaatprobleem waardoor de “fonteinkwaliteit” sterk vermindert en
je tot “druppelaar” wordt gedegradeerd. Korte tijd later kreeg ik een oproep
van het AZM op me te melden voor de kleine operatie. Ik was om half twee ’s
middags aan de beurt en het formulier vermeldde dat tot uiterlijk 6 uur vóór de
operatie niets meer mocht eten of drinken. ”Je kunt beter nuchter blijven die
dag”, zie mijn eega. Ik was natuurlijk eigenwijs en rekende uit dat ik om half
acht nog kun ontbijten. Bij aankomst in het ziekenhuis was de eerste vraag die
ze stelden: “Bent U nuchter gebleven?” Op mijn ontkenning werd ik meteen op het
operatieschema als laatste ingedeeld. Ik bracht het grootste deel van de dag
door op mijn ziekenhuisbed wachtend op transport naar het OK-centrum. Om drie
’s middags was het eindelijk zover. Voor het transport naar het OK worden elektrische
trekkarretjes gebruikt. “Ik lig achter op het schema, en we zijn maar met
drieën” zei de man die stuurde. De ingreep kreeg ik natuurlijk niet mee maar om
vier uur stond ik alweer in de recovery. Je functies worden dan gecontroleerd
en ze checken even of je weer echt bij de positieven bent. ‘’Bij u is alles in
orde mijnheer’’, zei een verpleger, “Ik zal afdeling A2 bellen dat ze u komen
halen”. Drie kwartier later stond ik er nog. Toen ik bij de verpleging
informeerde naar het transport, vertelden ze me dat er die dag 80 operaties
waren verricht en dat op het eind van de dag de recovery vol staat met
patiënten die terug naar de afdeling moeten. Ik stond dus een file van
ziekenhuisbedden die allemaal door lange gangen naar de diverse afdelingen
terug moeten. Ik heb nooit geweten dat dit mogelijk was maar voor alles bestaat
een eerste keer. Twee dagen later mocht ik naar huis, mijn vrouw kwam me halen
met de auto en we reden naar huis, er stond géén file.
vrijdag 6 december 2013
Tabak
Mijn vrouw werpt een diepe blik in haar pakje shag en
merkt op: ’’Het is bijna op, kun jij misschien niet even…..’’ Dus even later
loop ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt die bij de kassa ook shag verkoopt.
’’Welk merk?’’, vroeg ik nog. ‘’Pak maar wat, als het maar tabak is’’. Dit
soort supermarkt zegt uit te blinken in lage prijzen maar schittert vooral door
de afwezigheid van personeel. Dat blijkt
meteen bij de kassa, of ik wil of niet, ik moet aansluiten in een lange rij.
Vooral stom omdat ik nog niets in mijn handen heb. De shag ligt in vakken met
rolluikjes vlakbij de kassa en daar ben ik nog ver vanaf. Om nog wat beeld
tussen de klanten te krijgen leg ik twee blokjes op de band die de ene van de
andere klant scheiden. Er ligt alleen niks tussen, de shag komt nog. De rij
vordert gestaag. De dakloze die aan de beurt is heeft haast, hij heeft alleen
oog voor zijn goedkope six-pack bier. De dame die dan aan de beurt komt heeft
alle tijd. Al haar artikelen zijn de scanner al gepasseerd en de jonge kassabediende
noemt de totaalprijs. De dame gaat rustig door met inpakken, de kassa wacht af
en de rest van de rij ook. Eindelijk heeft ze alles binnen en gaat dan
omstandig op zoek naar een passend bedrag in haar beurs: € 14,68. Als ze iets
over de dertien Euro moet ze het opgeven. ‘’Ik zal toch maar pinnen’’ zegt ze.
De kassajongen drukt op een toets en ik zucht hoorbaar diep, want de dame kijkt
me verwijtend aan. Ik voel ondertussen eens aan de shag-rolluikjes en merk dat
ze afgesloten zijn.
Nu ben ik aan de beurt: ‘’Kun je die vakjes even
openmaken’’, zeg ik tegen de kassaboy. ‘’Zijn die gesloten?’’, vraagt hij
overbodig. Hij komt achter de kassa vandaan, haalt een grote bos sleutels uit
zijn zak en probeert de eerste, past niet, de tweede dan, past niet, de derde
ook niet. Mijn vrees wordt bewaarheid; de allerlaatste sleutel die hij probeert
doet de vakjes ontluiken. Ik grijp de shag eruit en plant hem tussen de
kassablokjes. Ik heb het benodigde bedrag in mijn hand en betaal. Het halen van
een pakje shag heeft me een half uur gekost.
Ik heb er tabak van! Overigens: ikzelf rook niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)