“Het is maar een kleine ingreep, het stelt niet veel
voort en is zo gebeurd”, zei de uroloog. Ik behoor tot de wat oudere mannen met
een licht prostaatprobleem waardoor de “fonteinkwaliteit” sterk vermindert en
je tot “druppelaar” wordt gedegradeerd. Korte tijd later kreeg ik een oproep
van het AZM op me te melden voor de kleine operatie. Ik was om half twee ’s
middags aan de beurt en het formulier vermeldde dat tot uiterlijk 6 uur vóór de
operatie niets meer mocht eten of drinken. ”Je kunt beter nuchter blijven die
dag”, zie mijn eega. Ik was natuurlijk eigenwijs en rekende uit dat ik om half
acht nog kun ontbijten. Bij aankomst in het ziekenhuis was de eerste vraag die
ze stelden: “Bent U nuchter gebleven?” Op mijn ontkenning werd ik meteen op het
operatieschema als laatste ingedeeld. Ik bracht het grootste deel van de dag
door op mijn ziekenhuisbed wachtend op transport naar het OK-centrum. Om drie
’s middags was het eindelijk zover. Voor het transport naar het OK worden elektrische
trekkarretjes gebruikt. “Ik lig achter op het schema, en we zijn maar met
drieën” zei de man die stuurde. De ingreep kreeg ik natuurlijk niet mee maar om
vier uur stond ik alweer in de recovery. Je functies worden dan gecontroleerd
en ze checken even of je weer echt bij de positieven bent. ‘’Bij u is alles in
orde mijnheer’’, zei een verpleger, “Ik zal afdeling A2 bellen dat ze u komen
halen”. Drie kwartier later stond ik er nog. Toen ik bij de verpleging
informeerde naar het transport, vertelden ze me dat er die dag 80 operaties
waren verricht en dat op het eind van de dag de recovery vol staat met
patiënten die terug naar de afdeling moeten. Ik stond dus een file van
ziekenhuisbedden die allemaal door lange gangen naar de diverse afdelingen
terug moeten. Ik heb nooit geweten dat dit mogelijk was maar voor alles bestaat
een eerste keer. Twee dagen later mocht ik naar huis, mijn vrouw kwam me halen
met de auto en we reden naar huis, er stond géén file.
donderdag 19 december 2013
vrijdag 6 december 2013
Tabak
Mijn vrouw werpt een diepe blik in haar pakje shag en
merkt op: ’’Het is bijna op, kun jij misschien niet even…..’’ Dus even later
loop ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt die bij de kassa ook shag verkoopt.
’’Welk merk?’’, vroeg ik nog. ‘’Pak maar wat, als het maar tabak is’’. Dit
soort supermarkt zegt uit te blinken in lage prijzen maar schittert vooral door
de afwezigheid van personeel. Dat blijkt
meteen bij de kassa, of ik wil of niet, ik moet aansluiten in een lange rij.
Vooral stom omdat ik nog niets in mijn handen heb. De shag ligt in vakken met
rolluikjes vlakbij de kassa en daar ben ik nog ver vanaf. Om nog wat beeld
tussen de klanten te krijgen leg ik twee blokjes op de band die de ene van de
andere klant scheiden. Er ligt alleen niks tussen, de shag komt nog. De rij
vordert gestaag. De dakloze die aan de beurt is heeft haast, hij heeft alleen
oog voor zijn goedkope six-pack bier. De dame die dan aan de beurt komt heeft
alle tijd. Al haar artikelen zijn de scanner al gepasseerd en de jonge kassabediende
noemt de totaalprijs. De dame gaat rustig door met inpakken, de kassa wacht af
en de rest van de rij ook. Eindelijk heeft ze alles binnen en gaat dan
omstandig op zoek naar een passend bedrag in haar beurs: € 14,68. Als ze iets
over de dertien Euro moet ze het opgeven. ‘’Ik zal toch maar pinnen’’ zegt ze.
De kassajongen drukt op een toets en ik zucht hoorbaar diep, want de dame kijkt
me verwijtend aan. Ik voel ondertussen eens aan de shag-rolluikjes en merk dat
ze afgesloten zijn.
Nu ben ik aan de beurt: ‘’Kun je die vakjes even
openmaken’’, zeg ik tegen de kassaboy. ‘’Zijn die gesloten?’’, vraagt hij
overbodig. Hij komt achter de kassa vandaan, haalt een grote bos sleutels uit
zijn zak en probeert de eerste, past niet, de tweede dan, past niet, de derde
ook niet. Mijn vrees wordt bewaarheid; de allerlaatste sleutel die hij probeert
doet de vakjes ontluiken. Ik grijp de shag eruit en plant hem tussen de
kassablokjes. Ik heb het benodigde bedrag in mijn hand en betaal. Het halen van
een pakje shag heeft me een half uur gekost.
Ik heb er tabak van! Overigens: ikzelf rook niet.
maandag 25 november 2013
Quiz
Het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genoot (LGOG)
gaf onlangs het Straatnamenboek Maastricht uit. Ter gelegenheid hiervan werd,
samen met de Veldekestichting, een straatnamenquiz georganiseerd in boekhandel
Polare te Maastricht. Ik wilde mijn kennis van de straatnamen weleens testen en
schreef in. De opkomst viel wat tegen, geen maximum van honderd quizzers, maar
hooguit vijftig. De organisatie was perfect, de leiding was in handen van stadsarcheoloog
Titus Panhuysen , ondersteund door de stadscultuurhistoricus Toon Jenniskens. Quizmaster
Will Wintjens (bekend van het ’t
Veldeke Vastelaovends-cabberèt)
deed op een leuke manier de presentatie. De quiz zelf was behoorlijk pittig, zo
bleek in de eerste ronde. Er werd niet alleen parate kennis van straatnamen
vereist maar ook van de achtergronden en het waarom van de naamgeving. De
wijken van Maastricht kwamen aan bod, de vele Burgemeestersstraten, straten met
dierennamen, het koninklijk huis, geschiedenis met o.a. d’Artagnan, geleerden
zoals Pie Debey, historische feiten, de St-Servaasbrug en zelfs Sinterklaas
kwam om de hoek kijken. Ook de voormalige gemeenten Scharn, Heer, Borgharen en
zelfs Oud-Vroenhoven speelden een rol, vooral toen na de annexatie er dubbele
straatnamen voorkwamen. Het was zwoegen en zweten. Van de dertig vragen had ik
er uiteindelijk 14 goed en hoorde daarbij toch nog bij de tien finalisten. In
de tweede ronde viel ik meteen af, slechts 3 van de 10 vragen goed! Ik maakte
zelfs een denkfout uit de periode dat ik in Eijsden woonde. Ik dacht dat alleen
daar een 13-Septemberstraat was, maar in Maastricht (Scharn) is er ook een. Er
bleven uiteindelijk drie finalisten over. Het drietal werd nog nader het vuur
aan de schenen gelegd. Uiteindelijk leverde dat de winnaar op. “Meer geluk dan
wijsheid” zei hij bescheiden. Ik realiseerde me in ieder geval dat mijn kennis van de straten nogal tegenviel. Je
bent nooit te oud om te leren.
vrijdag 18 oktober 2013
Kamperen
Wijzelf doen het al heel ons leven, kamperen.
Van een klein koepeltentje via bungalowtent, vouwwagen, vouwcaravan en caravan
hebben we alle vormen van het buitenleven doorlopen. Nu hebben we een
stacaravan in de Ardennen, met complete keuken en badkamer en een comfort dat
op thuis lijkt. Toch staan we nog altijd op een caravanpark annex kampeerterrein.
We houden van de sfeer van de camping, het makkelijke, het ongedwongene van het
buiten leven. Op het terras eten, barbecueën en samenzitten met vrienden. Je
moet gewoon een kampeertype zijn. Een paar weken geleden zat ik op het terras
van mijn Haagse vrienden Bolle Jan en Mariska toen zich bezoek aankondigde. Een
bevriend echtpaar had gezegd dat ze ook eens kennis wilden maken met het
kampeerleven en ze hadden op hetzelfde terrein een caravan gehuurd. En daar
stond de vriendin voor onze neus. Een sjieke dame, keurig gekapt met
onberispelijke make-up, in een nauwsluitend jurkje met pushup-bh en elegante
schoenen op stilettohakken: Mathilde. Ik dacht maar een ding: dit is géén kampeertype,
zelfs haar naam past niet bij een camping, Ze bekeek de caravan van mijn
vrienden en kirde ‘’Wat leuk, wat aardig’’. Haar ogen spraken een andere taal,
ze voelde zich een vreemde eend in de bijt. Een dag later trof ik haar bij het
sportveldje. Haar kinderen speelden op de toestellen, zij zat op een bankje en
las een boek. Ik vroeg haar of het verblijf in de huurcaravan haar beviel. ‘’Oh
ja, prima’’ zei ze maar het klonk niet van harte. Weer twee dagen later zag ik
haar met man en kinderen van de camping wegrijden, ze zwaaide enthousiast. Navraag
bij en Jan en Mariska leerde dat Mathilde terugging naar Den Haag. Ze had
verteld dat haar zoontje een kwallenbeet had (in het Ardense water komen geen
kwallen voor) en ze liever naar de eigen huisarts gingen. ‘’Het beviel haar
natuurlijk ook niet, zo’n caravan’’, constateerde Mariska nuchter. Ik weet
zeker dat ze in de auto tegen haar man heeft gezegd. ‘’Dit nooit meer, ik wil
alleen nog maar een hotel!’’.
EFHA
zaterdag 12 oktober 2013
Porto
We waren een weekje in Porto (Portugal), de stad van
de gelijknamige wijn, die op de oevers van de Douro, in kelders met enorme
vaten, ligt te rijpen. We bekeken de vele historische gebouwen en kerken
in gotische en barokstijl vanuit een antieke
tram en dronken koffie in het Belle Epoque café Majestic in de winkelstraat Rua
Santa Catharina. Een supermoderne metro bracht ons naar het strand aan de
Atlantische kust waar we de verse sardines van de barbecue aten. Ook hadden we
veel plezier we de wijk Ribeira, langs de rivier, die met zijn vele
café-restaurants, terrassen en marktjes, de ideale uitgangsplek was.
Een van de laatste trips die we wilden maken was het
Palacio de Cristal, een modern gebouw in een prachtig aangelegd park. Het hotel
had ons aangeraden bus nummer 200 te nemen die stopte bij de ‘’Mercado’’. In de straat bij de markt bleken veel
bussen te stoppen maar géén 200. We waren al gewend aan de behulpzaamheid van de
inwoners van Porto en vroegen dus of iemand wist waar bus 200 stopte. Een
jongeman wilde ons wel helpen. Hij sprak geen woord Engels maar met veel
gebaren en het woord ‘’information’’ wees hij in de richting van een andere straat.
Hij maakte de indruk zwakbegaafd te zijn, maar uiteindelijk leverde hij ons af
bij een halte aan de andere kant van de markt waarop bus 200 prijkte. We waren
hem dankbaar en zeiden netjes ‘’Obrigado” (dankjewel). Mijn vrouw gaf hem een
hand terwijl ze hem tegelijkertijd wat geld toestopte. Hij protesteerde maar pakte
het uiteindelijk aan. We zagen hem de straat weer omhooglopen en pas op de hoek
keek hij in zijn hand wat hij had gekregen. Voor hem was het klaarblijkelijk
veel want hij maakte een luchtsprongetje van blijdschap. Wij vonden het een
aandoenlijk gezicht waarvan ons humeur omhoog veerde.
Obrigado Porto!
Obrigado Porto!
woensdag 28 augustus 2013
Batman
Ik werd wakker met een onbestemd gevoel dat
er iets aan de hand was. In het schemerdonker van mijn slaapkamer zag ik eerst
niets, toen merkte ik dat er iets langs het plafond fladderde. Pas toen ik mijn
bril opzette zag ik dat het een vleermuis (een kleine ‘’Batman’’) was die
doelloos rondjes draaide. Ik schoot mijn bed uit, maakte de deuren van de
andere kamers dicht en zette de deur naar de buitenhal open. We wonen in een
appartementsgebouw waar de hal ook toegang geeft naar het trappenhuis met open
raam. Ik wilde net weer terug naar bed gaan toen ik zag dat er nog eentje
rondfladderde. Deze was wat moeilijker te bewegen de hal in te vliegen. Met wat
gezwaai met een handdoek lukte het uiteindelijk wel. Hoewel we, vooral mijn
vrouw, niet blij waren met het onuitgenodigd bezoek, was het toch interessant
te zien hoe zo’n diertje rondjes draait in een beperkte ruimte zonder ooit
ergens tegenaan te vliegen. Vleermuizen hebben een ingebouwde sonar die hun
feilloos alle obstakels doet ontwijken. De website www.vleermuis.net raad ook aan niet te proberen een vleermuis te
vangen. Ze benadrukken ook dat vleermuizen niet gevaarlijk zijn en als
diersoort ook een beschermde status hebben. Ons appartementsgebouw ligt vlakbij
de in aanbouw zijnde A2-tunnel en klaarblijkelijk huizen er daar veel in
leegstaande flats. Voordat ik weer naar bed ging ik nog even in de buitenhal
kijken of er nog iets te zien was. Ze hadden hun weg naar buiten gevonden. Ik
was opgelucht dat ze onze woning hadden verlaten en ook dat ze weer de vrijheid
hadden gevonden. Ook voor vleermuizen geldt: Leven en laten leven.
EFHA
zaterdag 29 juni 2013
Knuffel
‘’Ik ga verhuizen’’, zei mijn zoon een paar
weken geleden. ‘’Alweer’’, was mijn reactie. Sinds hij op 18-jarige leeftijd er
voor koos het ouderlijk nest te verlaten is verhuizen een soort hobby van mijn
zoon geworden. Volgens mij was het nu de 7e of 8e keer
dat hij van woonstulp veranderde. Meestal in verband met werk, maar ook voor
meer ruimte en comfort. Deze keer is dat zeker het geval. Zijn woonsituatie is
geëvolueerd vanaf kamers via studio naar appartement, tot nu een volledig huis
met voor- en achtertuin. Mooi natuurlijk maar bij iedere verhuizing van mijn
zoon worden, naast zijn vriendenschare, ook wij steeds opgeroepen om te helpen.
Dat betekent: sjouwen, heen-en-weer rijden, behangen en verven, vloeren leggen,
boren in muren voor zijn talloze schilderijen en snuisterijen, poetsen, tot het
oppas spelen voor de huiskat.
Enfin, samen met zijn vriendin, hebben ze nu
een mooie woning met vooral veel ruimte en comfort. Ze zijn er in ieder geval
erg tevreden mee en dan worden wij het vanzelf ook. Op de laatste dag dat we
meehielpen, kwamen we een doos tegen met het opschrift: ’’slaapkamer’’. Er
bleken knuffels in te zitten die ze klaarblijkelijk allebei vanaf hun
kindertijd hadden bewaard. Zonder enige moeite herkenden we zijn knuffelbeertje
en –hondje dat we hem als baby in zijn wieg hadden gelegd. Zo trouw vasthouden
aan een slaapknuffel deed me toch wel iets. Want al zijn je kinderen volwassen,
het blijven kinderen!
EFHA
zaterdag 12 januari 2013
2013
Misschien zelfs wel een les voor ons
allemaal: leef in het nieuwe jaar zoals je zelf wilt en laat het vooral niet
door anderen beïnvloeden.
Ik wens alle lezers een goed en vooral gezond
2013.
EFHA
Abonneren op:
Posts (Atom)

