donderdag 19 december 2013

Ziekenhuisfile


“Het is maar een kleine ingreep, het stelt niet veel voort en is zo gebeurd”, zei de uroloog. Ik behoor tot de wat oudere mannen met een licht prostaatprobleem waardoor de “fonteinkwaliteit” sterk vermindert en je tot “druppelaar” wordt gedegradeerd. Korte tijd later kreeg ik een oproep van het AZM op me te melden voor de kleine operatie. Ik was om half twee ’s middags aan de beurt en het formulier vermeldde dat tot uiterlijk 6 uur vóór de operatie niets meer mocht eten of drinken. ”Je kunt beter nuchter blijven die dag”, zie mijn eega. Ik was natuurlijk eigenwijs en rekende uit dat ik om half acht nog kun ontbijten. Bij aankomst in het ziekenhuis was de eerste vraag die ze stelden: “Bent U nuchter gebleven?” Op mijn ontkenning werd ik meteen op het operatieschema als laatste ingedeeld. Ik bracht het grootste deel van de dag door op mijn ziekenhuisbed wachtend op transport naar het OK-centrum. Om drie ’s middags was het eindelijk zover. Voor het transport naar het OK worden elektrische trekkarretjes gebruikt. “Ik lig achter op het schema, en we zijn maar met drieën” zei de man die stuurde. De ingreep kreeg ik natuurlijk niet mee maar om vier uur stond ik alweer in de recovery. Je functies worden dan gecontroleerd en ze checken even of je weer echt bij de positieven bent. ‘’Bij u is alles in orde mijnheer’’, zei een verpleger, “Ik zal afdeling A2 bellen dat ze u komen halen”. Drie kwartier later stond ik er nog. Toen ik bij de verpleging informeerde naar het transport, vertelden ze me dat er die dag 80 operaties waren verricht en dat op het eind van de dag de recovery vol staat met patiënten die terug naar de afdeling moeten. Ik stond dus een file van ziekenhuisbedden die allemaal door lange gangen naar de diverse afdelingen terug moeten. Ik heb nooit geweten dat dit mogelijk was maar voor alles bestaat een eerste keer. Twee dagen later mocht ik naar huis, mijn vrouw kwam me halen met de auto en we reden naar huis, er stond géén file.


 

vrijdag 6 december 2013

Tabak


Mijn vrouw werpt een diepe blik in haar pakje shag en merkt op: ’’Het is bijna op, kun jij misschien niet even…..’’ Dus even later loop ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt die bij de kassa ook shag verkoopt. ’’Welk merk?’’, vroeg ik nog. ‘’Pak maar wat, als het maar tabak is’’. Dit soort supermarkt zegt uit te blinken in lage prijzen maar schittert vooral door de afwezigheid van personeel. Dat  blijkt meteen bij de kassa, of ik wil of niet, ik moet aansluiten in een lange rij. Vooral stom omdat ik nog niets in mijn handen heb. De shag ligt in vakken met rolluikjes vlakbij de kassa en daar ben ik nog ver vanaf. Om nog wat beeld tussen de klanten te krijgen leg ik twee blokjes op de band die de ene van de andere klant scheiden. Er ligt alleen niks tussen, de shag komt nog. De rij vordert gestaag. De dakloze die aan de beurt is heeft haast, hij heeft alleen oog voor zijn goedkope six-pack bier. De dame die dan aan de beurt komt heeft alle tijd. Al haar artikelen zijn de scanner al gepasseerd en de jonge kassabediende noemt de totaalprijs. De dame gaat rustig door met inpakken, de kassa wacht af en de rest van de rij ook. Eindelijk heeft ze alles binnen en gaat dan omstandig op zoek naar een passend bedrag in haar beurs: € 14,68. Als ze iets over de dertien Euro moet ze het opgeven. ‘’Ik zal toch maar pinnen’’ zegt ze. De kassajongen drukt op een toets en ik zucht hoorbaar diep, want de dame kijkt me verwijtend aan. Ik voel ondertussen eens aan de shag-rolluikjes en merk dat ze afgesloten zijn.

Nu ben ik aan de beurt: ‘’Kun je die vakjes even openmaken’’, zeg ik tegen de kassaboy. ‘’Zijn die gesloten?’’, vraagt hij overbodig. Hij komt achter de kassa vandaan, haalt een grote bos sleutels uit zijn zak en probeert de eerste, past niet, de tweede dan, past niet, de derde ook niet. Mijn vrees wordt bewaarheid; de allerlaatste sleutel die hij probeert doet de vakjes ontluiken. Ik grijp de shag eruit en plant hem tussen de kassablokjes. Ik heb het benodigde bedrag in mijn hand en betaal. Het halen van een pakje shag heeft me een half uur gekost.

Ik heb er tabak van! Overigens: ikzelf rook niet.

EFHA
Reacties:
f.heckers@kpnmail.nl

 

 

maandag 25 november 2013

Quiz


Het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genoot (LGOG) gaf onlangs het Straatnamenboek Maastricht uit. Ter gelegenheid hiervan werd, samen met de Veldekestichting, een straatnamenquiz georganiseerd in boekhandel Polare te Maastricht. Ik wilde mijn kennis van de straatnamen weleens testen en schreef in. De opkomst viel wat tegen, geen maximum van honderd quizzers, maar hooguit vijftig. De organisatie was perfect, de leiding was in handen van stadsarcheoloog Titus Panhuysen , ondersteund door de stadscultuurhistoricus Toon Jenniskens. Quizmaster Will Wintjens (bekend van het ’t Veldeke Vastelaovends-cabberèt) deed op een leuke manier de presentatie. De quiz zelf was behoorlijk pittig, zo bleek in de eerste ronde. Er werd niet alleen parate kennis van straatnamen vereist maar ook van de achtergronden en het waarom van de naamgeving. De wijken van Maastricht kwamen aan bod, de vele Burgemeestersstraten, straten met dierennamen, het koninklijk huis, geschiedenis met o.a. d’Artagnan, geleerden zoals Pie Debey, historische feiten, de St-Servaasbrug en zelfs Sinterklaas kwam om de hoek kijken. Ook de voormalige gemeenten Scharn, Heer, Borgharen en zelfs Oud-Vroenhoven speelden een rol, vooral toen na de annexatie er dubbele straatnamen voorkwamen. Het was zwoegen en zweten. Van de dertig vragen had ik er uiteindelijk 14 goed en hoorde daarbij toch nog bij de tien finalisten. In de tweede ronde viel ik meteen af, slechts 3 van de 10 vragen goed! Ik maakte zelfs een denkfout uit de periode dat ik in Eijsden woonde. Ik dacht dat alleen daar een 13-Septemberstraat was, maar in Maastricht (Scharn) is er ook een. Er bleven uiteindelijk drie finalisten over. Het drietal werd nog nader het vuur aan de schenen gelegd. Uiteindelijk leverde dat de winnaar op. “Meer geluk dan wijsheid” zei hij bescheiden. Ik realiseerde me in ieder geval dat mijn kennis van de straten nogal tegenviel. Je bent nooit te oud om te leren.


EFHA
Reacties:
f.heckers@kpnmail.nl

 

vrijdag 18 oktober 2013

Kamperen


Wijzelf doen het al heel ons leven, kamperen. Van een klein koepeltentje via bungalowtent, vouwwagen, vouwcaravan en caravan hebben we alle vormen van het buitenleven doorlopen. Nu hebben we een stacaravan in de Ardennen, met complete keuken en badkamer en een comfort dat op thuis lijkt. Toch staan we nog altijd op een caravanpark annex kampeerterrein. We houden van de sfeer van de camping, het makkelijke, het ongedwongene van het buiten leven. Op het terras eten, barbecueën en samenzitten met vrienden. Je moet gewoon een kampeertype zijn. Een paar weken geleden zat ik op het terras van mijn Haagse vrienden Bolle Jan en Mariska toen zich bezoek aankondigde. Een bevriend echtpaar had gezegd dat ze ook eens kennis wilden maken met het kampeerleven en ze hadden op hetzelfde terrein een caravan gehuurd. En daar stond de vriendin voor onze neus. Een sjieke dame, keurig gekapt met onberispelijke make-up, in een nauwsluitend jurkje met pushup-bh en elegante schoenen op stilettohakken: Mathilde. Ik dacht maar een ding: dit is géén kampeertype, zelfs haar naam past niet bij een camping, Ze bekeek de caravan van mijn vrienden en kirde ‘’Wat leuk, wat aardig’’. Haar ogen spraken een andere taal, ze voelde zich een vreemde eend in de bijt. Een dag later trof ik haar bij het sportveldje. Haar kinderen speelden op de toestellen, zij zat op een bankje en las een boek. Ik vroeg haar of het verblijf in de huurcaravan haar beviel. ‘’Oh ja, prima’’ zei ze maar het klonk niet van harte. Weer twee dagen later zag ik haar met man en kinderen van de camping wegrijden, ze zwaaide enthousiast. Navraag bij en Jan en Mariska leerde dat Mathilde terugging naar Den Haag. Ze had verteld dat haar zoontje een kwallenbeet had (in het Ardense water komen geen kwallen voor) en ze liever naar de eigen huisarts gingen. ‘’Het beviel haar natuurlijk ook niet, zo’n caravan’’, constateerde Mariska nuchter. Ik weet zeker dat ze in de auto tegen haar man heeft gezegd. ‘’Dit nooit meer, ik wil alleen nog maar een hotel!’’.



EFHA

zaterdag 12 oktober 2013

Porto


We waren een weekje in Porto (Portugal), de stad van de gelijknamige wijn, die op de oevers van de Douro, in kelders met enorme vaten, ligt te rijpen. We bekeken de vele historische gebouwen en kerken in  gotische en barokstijl vanuit een antieke tram en dronken koffie in het Belle Epoque café Majestic in de winkelstraat Rua Santa Catharina. Een supermoderne metro bracht ons naar het strand aan de Atlantische kust waar we de verse sardines van de barbecue aten. Ook hadden we veel plezier we de wijk Ribeira, langs de rivier, die met zijn vele café-restaurants, terrassen en marktjes, de ideale uitgangsplek was.

Een van de laatste trips die we wilden maken was het Palacio de Cristal, een modern gebouw in een prachtig aangelegd park. Het hotel had ons aangeraden bus nummer 200 te nemen die stopte bij de ‘’Mercado’’. In de straat bij de markt bleken veel bussen te stoppen maar géén 200. We waren al gewend aan de behulpzaamheid van de inwoners van Porto en vroegen dus of iemand wist waar bus 200 stopte. Een jongeman wilde ons wel helpen. Hij sprak geen woord Engels maar met veel gebaren en het woord ‘’information’’ wees hij in de richting van een andere straat. Hij maakte de indruk zwakbegaafd te zijn, maar uiteindelijk leverde hij ons af bij een halte aan de andere kant van de markt waarop bus 200 prijkte. We waren hem dankbaar en zeiden netjes ‘’Obrigado” (dankjewel). Mijn vrouw gaf hem een hand terwijl ze hem tegelijkertijd wat geld toestopte. Hij protesteerde maar pakte het uiteindelijk aan. We zagen hem de straat weer omhooglopen en pas op de hoek keek hij in zijn hand wat hij had gekregen. Voor hem was het klaarblijkelijk veel want hij maakte een luchtsprongetje van blijdschap. Wij vonden het een aandoenlijk gezicht waarvan ons humeur omhoog veerde.
Obrigado Porto!

 

woensdag 28 augustus 2013

Batman


Ik werd wakker met een onbestemd gevoel dat er iets aan de hand was. In het schemerdonker van mijn slaapkamer zag ik eerst niets, toen merkte ik dat er iets langs het plafond fladderde. Pas toen ik mijn bril opzette zag ik dat het een vleermuis (een kleine ‘’Batman’’) was die doelloos rondjes draaide. Ik schoot mijn bed uit, maakte de deuren van de andere kamers dicht en zette de deur naar de buitenhal open. We wonen in een appartementsgebouw waar de hal ook toegang geeft naar het trappenhuis met open raam. Ik wilde net weer terug naar bed gaan toen ik zag dat er nog eentje rondfladderde. Deze was wat moeilijker te bewegen de hal in te vliegen. Met wat gezwaai met een handdoek lukte het uiteindelijk wel. Hoewel we, vooral mijn vrouw, niet blij waren met het onuitgenodigd bezoek, was het toch interessant te zien hoe zo’n diertje rondjes draait in een beperkte ruimte zonder ooit ergens tegenaan te vliegen. Vleermuizen hebben een ingebouwde sonar die hun feilloos alle obstakels doet ontwijken. De website www.vleermuis.net raad ook aan niet te proberen een vleermuis te vangen. Ze benadrukken ook dat vleermuizen niet gevaarlijk zijn en als diersoort ook een beschermde status hebben. Ons appartementsgebouw ligt vlakbij de in aanbouw zijnde A2-tunnel en klaarblijkelijk huizen er daar veel in leegstaande flats. Voordat ik weer naar bed ging ik nog even in de buitenhal kijken of er nog iets te zien was. Ze hadden hun weg naar buiten gevonden. Ik was opgelucht dat ze onze woning hadden verlaten en ook dat ze weer de vrijheid hadden gevonden. Ook voor vleermuizen geldt: Leven en laten leven.

 

EFHA


 

zaterdag 29 juni 2013

Knuffel



‘’Ik ga verhuizen’’, zei mijn zoon een paar weken geleden. ‘’Alweer’’, was mijn reactie. Sinds hij op 18-jarige leeftijd er voor koos het ouderlijk nest te verlaten is verhuizen een soort hobby van mijn zoon geworden. Volgens mij was het nu de 7e of 8e keer dat hij van woonstulp veranderde. Meestal in verband met werk, maar ook voor meer ruimte en comfort. Deze keer is dat zeker het geval. Zijn woonsituatie is geëvolueerd vanaf kamers via studio naar appartement, tot nu een volledig huis met voor- en achtertuin. Mooi natuurlijk maar bij iedere verhuizing van mijn zoon worden, naast zijn vriendenschare, ook wij steeds opgeroepen om te helpen. Dat betekent: sjouwen, heen-en-weer rijden, behangen en verven, vloeren leggen, boren in muren voor zijn talloze schilderijen en snuisterijen, poetsen, tot het oppas spelen voor de huiskat.

Enfin, samen met zijn vriendin, hebben ze nu een mooie woning met vooral veel ruimte en comfort. Ze zijn er in ieder geval erg tevreden mee en dan worden wij het vanzelf ook. Op de laatste dag dat we meehielpen, kwamen we een doos tegen met het opschrift: ’’slaapkamer’’. Er bleken knuffels in te zitten die ze klaarblijkelijk allebei vanaf hun kindertijd hadden bewaard. Zonder enige moeite herkenden we zijn knuffelbeertje en –hondje dat we hem als baby in zijn wieg hadden gelegd. Zo trouw vasthouden aan een slaapknuffel deed me toch wel iets. Want al zijn je kinderen volwassen, het blijven kinderen!


EFHA

zaterdag 12 januari 2013

2013


 
Bij de overgang van het oude naar het nieuwe jaar hebben we onze tradities; we vieren dat rustig thuis in familiekring. Door het jarenlang hebben van een hond ook zònder vuurwerk. Op nieuwjaarsdag trekken we wel altijd even de stad in, maken een rondje Maastricht en drinken een glas met vrienden en bekenden. Bij de tientallen nieuwjaarswensen die we uitwisselen was er een bijzondere. In een volkscafeetje in het centrum kwam een ons bekende travestiet binnen. Hij/zij gaf ons een hand met de woorden: ‘’De beste wensen voor 2013’’. De stemhoogte verraadde dat hij/zij (vanaf hier zij) een man is die als vrouw door het leven wil gaan. Ze doet ook altijd haar best er zo vrouwelijk uit te zien als maar kan. Ze is lang en slank, heeft helblond opgestoken haar, draagt kleurige kleding en heeft siliconen-borsten. (van een eerdere ontmoeting in de zomer was dat overduidelijk). Ze ging aan de bar zitten en bestelde een drankje. In haar hele houding en uitstraling wil ze vrouw zijn en werpt ook verleidelijke blikken rond. Op muziek die haar bevalt gaat ze in haar eentje dansen. In het café wordt vaak aan karaoke gedaan en daar wilde ze gebruik van maken. Ze vroeg het nummer ‘’Follow me’’ van de Franse zangeres Amanda Lear aan, greep de microfoon en zong het nummer terwijl ze dansend over de vloer bewoog. De muziek was goed gekozen, het donkere timbre van Amanda Lear paste volledig bij haar eigen stem. We applaudisseerden. Sommige mensen bekeken haar presentatie wat spottend, maar ik vind het getuigen van moed. Op de eerste dag van het jaar weer zo overtuigend je eigen gekozen levenshouding nadrukkelijk uitdragen, enorm!

Misschien zelfs wel een les voor ons allemaal: leef in het nieuwe jaar zoals je zelf wilt en laat het vooral niet door anderen beïnvloeden.

Ik wens alle lezers een goed en vooral gezond 2013.

EFHA