Wijzelf doen het al heel ons leven, kamperen.
Van een klein koepeltentje via bungalowtent, vouwwagen, vouwcaravan en caravan
hebben we alle vormen van het buitenleven doorlopen. Nu hebben we een
stacaravan in de Ardennen, met complete keuken en badkamer en een comfort dat
op thuis lijkt. Toch staan we nog altijd op een caravanpark annex kampeerterrein.
We houden van de sfeer van de camping, het makkelijke, het ongedwongene van het
buiten leven. Op het terras eten, barbecueën en samenzitten met vrienden. Je
moet gewoon een kampeertype zijn. Een paar weken geleden zat ik op het terras
van mijn Haagse vrienden Bolle Jan en Mariska toen zich bezoek aankondigde. Een
bevriend echtpaar had gezegd dat ze ook eens kennis wilden maken met het
kampeerleven en ze hadden op hetzelfde terrein een caravan gehuurd. En daar
stond de vriendin voor onze neus. Een sjieke dame, keurig gekapt met
onberispelijke make-up, in een nauwsluitend jurkje met pushup-bh en elegante
schoenen op stilettohakken: Mathilde. Ik dacht maar een ding: dit is géén kampeertype,
zelfs haar naam past niet bij een camping, Ze bekeek de caravan van mijn
vrienden en kirde ‘’Wat leuk, wat aardig’’. Haar ogen spraken een andere taal,
ze voelde zich een vreemde eend in de bijt. Een dag later trof ik haar bij het
sportveldje. Haar kinderen speelden op de toestellen, zij zat op een bankje en
las een boek. Ik vroeg haar of het verblijf in de huurcaravan haar beviel. ‘’Oh
ja, prima’’ zei ze maar het klonk niet van harte. Weer twee dagen later zag ik
haar met man en kinderen van de camping wegrijden, ze zwaaide enthousiast. Navraag
bij en Jan en Mariska leerde dat Mathilde terugging naar Den Haag. Ze had
verteld dat haar zoontje een kwallenbeet had (in het Ardense water komen geen
kwallen voor) en ze liever naar de eigen huisarts gingen. ‘’Het beviel haar
natuurlijk ook niet, zo’n caravan’’, constateerde Mariska nuchter. Ik weet
zeker dat ze in de auto tegen haar man heeft gezegd. ‘’Dit nooit meer, ik wil
alleen nog maar een hotel!’’.
EFHA
