‘’Ik ga verhuizen’’, zei mijn zoon een paar
weken geleden. ‘’Alweer’’, was mijn reactie. Sinds hij op 18-jarige leeftijd er
voor koos het ouderlijk nest te verlaten is verhuizen een soort hobby van mijn
zoon geworden. Volgens mij was het nu de 7e of 8e keer
dat hij van woonstulp veranderde. Meestal in verband met werk, maar ook voor
meer ruimte en comfort. Deze keer is dat zeker het geval. Zijn woonsituatie is
geƫvolueerd vanaf kamers via studio naar appartement, tot nu een volledig huis
met voor- en achtertuin. Mooi natuurlijk maar bij iedere verhuizing van mijn
zoon worden, naast zijn vriendenschare, ook wij steeds opgeroepen om te helpen.
Dat betekent: sjouwen, heen-en-weer rijden, behangen en verven, vloeren leggen,
boren in muren voor zijn talloze schilderijen en snuisterijen, poetsen, tot het
oppas spelen voor de huiskat.
Enfin, samen met zijn vriendin, hebben ze nu
een mooie woning met vooral veel ruimte en comfort. Ze zijn er in ieder geval
erg tevreden mee en dan worden wij het vanzelf ook. Op de laatste dag dat we
meehielpen, kwamen we een doos tegen met het opschrift: ’’slaapkamer’’. Er
bleken knuffels in te zitten die ze klaarblijkelijk allebei vanaf hun
kindertijd hadden bewaard. Zonder enige moeite herkenden we zijn knuffelbeertje
en –hondje dat we hem als baby in zijn wieg hadden gelegd. Zo trouw vasthouden
aan een slaapknuffel deed me toch wel iets. Want al zijn je kinderen volwassen,
het blijven kinderen!
EFHA