We waren een weekje in Porto (Portugal), de stad van
de gelijknamige wijn, die op de oevers van de Douro, in kelders met enorme
vaten, ligt te rijpen. We bekeken de vele historische gebouwen en kerken
in gotische en barokstijl vanuit een antieke
tram en dronken koffie in het Belle Epoque café Majestic in de winkelstraat Rua
Santa Catharina. Een supermoderne metro bracht ons naar het strand aan de
Atlantische kust waar we de verse sardines van de barbecue aten. Ook hadden we
veel plezier we de wijk Ribeira, langs de rivier, die met zijn vele
café-restaurants, terrassen en marktjes, de ideale uitgangsplek was.
Een van de laatste trips die we wilden maken was het
Palacio de Cristal, een modern gebouw in een prachtig aangelegd park. Het hotel
had ons aangeraden bus nummer 200 te nemen die stopte bij de ‘’Mercado’’. In de straat bij de markt bleken veel
bussen te stoppen maar géén 200. We waren al gewend aan de behulpzaamheid van de
inwoners van Porto en vroegen dus of iemand wist waar bus 200 stopte. Een
jongeman wilde ons wel helpen. Hij sprak geen woord Engels maar met veel
gebaren en het woord ‘’information’’ wees hij in de richting van een andere straat.
Hij maakte de indruk zwakbegaafd te zijn, maar uiteindelijk leverde hij ons af
bij een halte aan de andere kant van de markt waarop bus 200 prijkte. We waren
hem dankbaar en zeiden netjes ‘’Obrigado” (dankjewel). Mijn vrouw gaf hem een
hand terwijl ze hem tegelijkertijd wat geld toestopte. Hij protesteerde maar pakte
het uiteindelijk aan. We zagen hem de straat weer omhooglopen en pas op de hoek
keek hij in zijn hand wat hij had gekregen. Voor hem was het klaarblijkelijk
veel want hij maakte een luchtsprongetje van blijdschap. Wij vonden het een
aandoenlijk gezicht waarvan ons humeur omhoog veerde.
Obrigado Porto!
Obrigado Porto!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten